F3C Sport
 
link to F3C  
Coördinator: Guy Vanderschelden, Sportdirecteur: Bogaert Willy
   
     
News Agenda Results F3C Fai F3C Sport F3C Light F3C Scale Foto Links  

Nieuw programma Promotion

3.1 Toepassing van de regel Voor de klasse F3C-Promotion zijn die verordeningen van kapitel 5.4 section 4c van de SPORTING CODES van toepassing, voor zover zij toepasselijk zijn, met de volgende afwijkingen.

F3C-Promotion klasse 1.

Het programma Promotion bestaat uit 9 vliegfiguren en moet uitgevoerd worden binnen de 10 minuten.
De organisator kan vanwege een te kort aan tijd de vliegfiguren 7 & 8 weg laten vallen, de vliegtijd voor de resterende zeven figuren bedraagt in die geval 8 minuten.
Alle figuren hebben de K-Faktor 1

1. Driehoek
2. Verticale cirkel
3. Diamant
4. Rol
5. Looping
6. Split-S
7. Dubbele turn
8. Push-over
9. Landingskeuze: a. rechte landing b. rechte autorotatie c. autorotatie 180 graden

2. Standplaats van de piloot
Tijdens het vliegen staat de piloot binnen de pilotencirkel.

3. Beschrijving van de vliegfiguren

3.1 Driehoek De piloot staat binnen de pilotencirkel en start het model van de landingscirkel. Het model stijgt vertikaal op tot 2 meter hoogte en hovert voor 2 seconden. Daarna stijgt het model achterwaarts onder en hoek van 45 graden en hovert over vlag 1 (of 2) voor 2 seconden. Het vliegt dan voorwaarts op zelfde hoogte en hovert over de andere vlag voor 2 seconden. Het daalt opnieuw in en hoek van 45 graden naar de landingscirkel, hovert voor 2 seconden op 2 meter hoogte en land in de landingscirkel.
Aftrek van punten (van toepassing op figuren 3.1 tot 3.3):
1. Start en landing niet zacht.
2. Het model draait, oscilleert of wijkt zijdelings af.
3. Het model beschrijft niet de voorgeschreven omloop/figuur.
4. Ongelijkmatige snelheid of te kort hoveren

2.3.2 Verticale cirkel Het model start vanuit de landingscirkel. Het stijgt vertikaal op tot 2 meter hoogte en hovert voor 2 seconden. Het maakt nu voorwaarts of achterwaarts een verticale cirkel van 5 meter diameter, waarbij de neus altijd in vliegrichting blijft. Uiteindelijk hovert het opnieuw 2 seconden over het uitgangspunt en land in de landingscirkel.

2.3.3 Diamant Het model start vanuit de landingscirkel. Het stijgt vertikaal op tot 2 meter hoogte en hovert voor 2 seconden. Het stijgt nu achterwaarts diagonaal naar vlag 1 (of 2) met een hoogtewinst van 2,5 meter. Daar hovert het model 2 seconden en stijgt daarna voorwaarts diagonaal met een hoogtewinst van 2,5 meter tot over de landingscirkel (in 7 meter hoogte), hovert 2 seconden, daalt voorwaarts naar de andere vlag met een hoogteverlies van 2,5 meter, hovert 2 seconden boven de vlag, daalt achterwaarts naar de landingscirkel met een hoogteverlies van 2,5 meter, hovert 2 seconden boven de landingscirkel, en land in de landingscirkel.

2.3.4 Rol Het model vliegt minstens 10 meter recht, beschrijft een rol van minstens 2 seconden en eindigt de figuur met een rechte vlucht van zelfde lengte in zelfde hoogte en richting zoals bij het aanvliegen.
Aftrek van punten:
1. In- en uitvlucht niet op dezelfde hoogte en richting en minstens 10 meters.
2. De draaisnelheid van de rol is ongelijkmatig of de richting van de lengteas niet in vliegrichting.

2.3.5 Looping Het model vliegt minstens 10 meter recht, beschrijft een looping en eindigt het figuur met een vliegstrook van zelfde lengte in zelfde hoogte en richting zoals bij het aanvliegen.
Aftrek van punten:
1. Aan- en uitvliegen niet in zelfde hoogte en richting en minstens 10 meter.
2. De looping is niet rond.

2.3.6 Split-S Het model vliegt 10 meter in grotere hoogte minstens 10 meter recht, beschrijft eerst een halve rol, vliegt een herkenbare afstand en daarna een halve positieve looping. Hij eindigt die figuur met een rechte vlucht van zelfde lengte op kleinere hoogte en in tegenovergestelde richting als in het aanvliegen.
Aftrek van punten:
1. Aan- en uitvliegen niet horizontaal en minstens 10 meter.
2. De halve looping is niet rond.

2.3.7 Dubbele turn Het model vliegt vóór begin van de figuur minstens 10 meter recht, beschrijft een kwart looping met een verticale klim tot stilstand, draait 180 graden rond de verticale as. Het volgt een verticale daling met een halve looping en een verticale klim tot stilstand. Het model draait 180 graden rond de verticale as. Nu volgt een verticale daling met een kwart looping met een rechte vlucht van zelfde lengte en hoogte als in het aanvliegen van de figuur.
Aftrek van punten:
1. Aan- en uitvliegen niet in zelfde hoogte en richting en minstens 10 meter.
2. De twee turns zijn niet op zelfde hoogte.
3. De turns zijn niet precies 180 graden.
4. De turns beginnen voordat het model de hoogtepunt bereikt.
5. Het figuur is niet gecentreerd

2.3.8 Push-over Het model vliegt minstens 10 meter recht, beschrijft een kwart looping met een verticale klim tot stilstand, draait 90 graden langs de dwarsas naar voren , hovert voor 2 seconden, draait 90 graden langs de dwarsas naar voren, daalt vertikaal en maakt en kwart looping. Het eindigt die figur met een rechte vlucht op zelfe hoogte en richting zoals in het aanvliegen.
Aftrek van punten:
1. Aan- en uitvliegen niet in zelfde hoogte en richting en minstens 10 meter.
2. Het model heeft nog snelheid voordat die neus naar voren gedraaid word.
3. Het model hovert niet horizontal voor 2 seconden.

2.3.9a Rechte landing Het model vliegt parallel aan en daalt in en hoek van 45 graden, die figuur begint op minstens 10 meter hoogte en eindigt binnen de landingscirkel
Aftrek van punten: (geldig voor 2.3.9a en 2.3.9b)
1. Hoek tijdens het aanvliegen is niet constant 45 graden
2. Landing niet zacht en/of aan het einde van die 45 graden-aanvlucht

2.3.9b Rechte autorotatie Het model vliegt parallel aan en daalt in en hoek van 45 graden, de motor is stilgezet. Die figuur begint op minstens 10 meter hoogte en eindigt binnen de landingscirkel

2.3.9c Autorotatie 180 graden Het model vliegt parallel aan, de motor is stilgezet. Die figuur begint bij het overvliegen van de middellijn en in minstens 20 meter hoogte. Het model beschrijft en 180 graden bocht terwijl het gelijkmatig daalt en land aan het einde van deze bocht in de landingscirkel
Aftrek van punten:
1. Daalvlucht en 180 graden bocht zijn niet gelijkmatig.
2. Daalvlucht en 180 graden bocht eindigen niet tegelijkertijd met die landing.
3. Landing is niet zacht

• ©2009  • TLW BW  • The Little Wings vzw •